BIOGENE AMINES (NEUROTRANSMITTERS)

BIOLOGISCHE AMINES (NEUROTRANSMITTERS)

Test voor het meten van de niveaus van biologische amines.

De test meet het niveau van de biologische amines in bloedplaatjes. Er is gekozen voor het meten van de niveaus in de bloedplaatjes omdat deze (i.t.t. de waarden in serum) relatief hoog en dus relatief goed te meten zijn en omdat de waarden relatief stabiel zijn en niet beïnvloed worden door acute verhogingen in het plasma onder invloed van stress (bijvoor-beeld veroorzaakt door de bloedafname). De meting van de biologische amines in de bloedplaatjes is ook te verkiezen boven die in urine omdat de concentratie van (de vrije vorm van deze stoffen) in de urine mede bepaald wordt door de zuurgraad van de urine.

Biologische amines in bloedplaatjes?

In deze test kan het niveau van een of meer van de volgende biologische amines gemeten worden: 
• Dopamine
• Epinefrine (adrenaline)
• Norepinephrine (Noradrenaline)
• Normetanephrine
• Serotonine
• Metanephrine

BIOLOGISCHE AMINES
Neurotransmitters zijn de overbrengers van de zenuwsignalen. Zij worden vrijgezet aan het uiteinde (de presynaps) van de ene zenuw, komen in de ruimte tussen de zenuwen terecht (de synaps spleet) en oefenen vervolgens een stimulerende of remmende invloed uit op de aangrenzende zenuw (postsynaps).
Er bestaan drie klassen van neurotransmitters - de biologische amines, aminozuren en peptides. De biologische amines omvatten de drie belangrijkste catecholamines (norepi-nephrine, epinephrine en dopamine), een indolamine (serotonine), een ethylamine (histamine) en een quaternary amine (acethylcholine).

De catecholamines norepinephrine, epinephrine en dopamine worden via hydroxylatie en decarboxylatie gevormd uit het aminozuur tyrosine. Een deel van het tyrosine wordt gevormd uit het essentiele aminozuur phenylalanine, maar het meeste is afkomstig uit de voeding. In een eerste stap wordt tyrosine gehydroxyleerd tot 3,4-dihydroxy-phenylalanin (DOPA). Deze stap is snelheidsbepalend. Het DOPA kan gedecarboxyleerd worden tot dopamine, dat weer gehydroxyleerd kan worden tot norepinephrine. Bij deze laatste reactie zijn koper en vitamine C nodig als cofactor. Epinephrine kan uit norepinephrine gevormd worden via N-methylatie.

Serotonine wordt via hydroxylatie en decarboxylatie gevormd uit het essentiele aminozuur tryptofaan.

Na hun vrijzetting in de ruimte tussen de zenuwen en hun werking op de postsynaps, worden epinephrine en norepinephrine via oxydatie en methylatie omgezet in biologisch in-actieve stoffen. De oxydatie wordt gekataliseerd door het enzym monoamine oxidase (MAO) en de methylatie door catechol-o-methyltransferase (COMT). Metanephrine en normetanephrine zijn metabolieten uit respectievelijk de in-activatie van epinephrine en norepinephrine. 

Dopamine wordt op vergelijkbare wijze geïnactiveerd als norepinephrine.

Vrijgezet serotonine wordt eerst opnieuw opgenomen via een actief mechanisme en (vervolgens) geïnactiveerd door MAO.

De biologische amine neurotransmitters zijn bij de meeste psychiaters wel bekend. Zij waren de eerste neurotransmitters die ontdekt werden en er wordt daardoor naar deze stoffen al relatief lang onderzoek gedaan. De werking van veel van de algemene in de psychiatrie toegepaste medicijnen berust op beinvloeding van een of meer van de biologische amines.

FUNCTIE VAN BIOLOGISCHE AMINES EN INVLOEDEN OP HUN NIVEAU
De catecholamines (norepinehrine, epinephrine en dopamine) beinvloeden vele functies. In de meeste gevallen zijn zij hierbij niet de enige regulatoren, maar werken ze nauw samen met hormonen en andere neuronale systemen. Hierdoor wordt een zeer fijne regulatie van de lichaamsprocessen verkregen.

Dopamine en norepinephrine werken als neurotransmitters in de hersenen en het autonome zenuwstelsel. Tevens worden zij gevormd in de bijnieren. Buiten het centrale zenuwstelsel hebben zij een regulerende rol in het koolhydraat en vetmetabolisme. Zij worden opgeslagen in blaasjes in de bijnieren en komen vrij als respons op een schrikreactie, emotionele stress, (zware lichamelijke) inspanning, koude of een laag niveau van glucose in het bloed. Norepi-nephrine en epinephrine verhogen de afbraak van triacylglycerol en glycogeen en verhogen de output van het hart en de bloeddruk. 
De werking van deze stoffen is zeer verwant met die van de schildklierhormonen. Beide stimuleren de (snelheid van) de stofwisseling en het zenuwstelsel en zij hebben een vergelijk-baar effect op het hart-bloedvat systeem.

Het niveau van catecholamines kan worden verhoogd met de volgende voorwaarden:

  • Hypothyreoïdie (een trage schildklierfunctie)
  • Diureticatherapie (vloeistofafwijking)
  • Hoge alcoholinname
  • Hypoglykemie (lage bloedsuikerspiegel)
  • Hypoxie (te laag zuurstofgehalte)
  • Ernstige acidose (hoge zuurgraad / lage pH)
  • Cushing-syndroom (ziekte veroorzaakt door toegenomen (e productie van) cortisol.)
  • Myocardinfarct
  • Hemolytische anemie
  • Essentiële hypotensie
  • Ernstige nierziekten
  • lymfoom
Verlaagde niveaus van catecholamines zijn te vinden op:
  • autisme
  • Aandachtsstoornissen (ADD / ADHD)
  • Specifieke ontwikkelingsachterstanden bij kinderen
WANNEER IS HET ZINVOL OM TE TESTEN VOOR BIOLOGISCHE AMINES

Epinefrine in bloedplaatjes

Epinephrine (adrenaline) wordt bijna alleen geproduceerd in het bijniermerg. Het werkt op het humorale deel van het sympatische zenuwstelsel.De meting kan waardevolle informatie geven bij de volgende aandoeningen:

Stressvolle situaties, zoals:
  • hypoglykemie
  • Essentiële hoge bloeddruk
  • Myocardinfarct
  • Verdachte bijniertumor
  • neuroblastoom
  • Progressieve spierdystrofie en myasthenia Gravis
  • Fysieke uitputting
  • Hypothyreoïdie, diuretica en het syndroom van Cushing

Norepinephrine in bloedplaatjes

Norepinephrine (noradrenaline) wordt gemaakt aan het uiteinde van sympathische zenuwen.

De meting kan waardevolle informatie opleveren in het geval van:
  • Storing van de baroreceptorreflexen (de receptoren die worden gestimuleerd door veranderingen in bloeddruk en die in de bloedvatwand liggen)
  • Hoge bloeddruk door feochromocytoom (een tumor van bijniermerg-chromaffineweefsel).
  • Verschillende problemen met het functioneren van autonome zenuwen.

Dopamine in bloedplaatjes

Dopamine wordt vrijgezet uit perifere sympathische zenuwuiteinden en uit de bijnieren.  

De meting kan waardevolle informatie opleveren in de volgende (voornamelijk chronische) situaties.
  • Stress-gerelateerde hypotensie
  • Orthostatische hypotensie (lage bloeddruk bij snel opstaan)
  • Convulsies met hypotensie
  • Verminderde ejaculatie
  • Overvloedig plassen 's nachts
  • Afwijkingen in de T-golf (EGG)
  • Schizofrenie
  • Gedragsveranderingen gerelateerd aan manie en depressie
  • Hypomagnesiëmie (laag magnesiumgehalte in het bloed)
  • Tardieve dyskinesie (stereotype bewegingen die zich later in het leven voordoen)
  • De symptomen van Parkinson.

Serotonine in bloedplaatjes

Serotonine wordt gevormd in de chromaffinecellen van de darm en door zenuwcellen van het centrale en perifere zenuwstelsel.

Een verhoogd niveau kan een aanwijzing zijn voor:
  • Taaislijmziekte
  • Eierstokkanker
  • Lokale sprue
  • Ernstige skeletpijn of ischias
  • Spasmen van gladde spieren
  • Bronchiaal adenoom
  • Slechte inname van het voedsel
  • Coeliakie ziekten
  • Whipple disease
  • Stasis-syndroom
  • Chronische darmobstructie
  • Haverkolfkanker van het ademhalingssysteem
  • Langdurige nutritionele hypoglykemie
  • langdurige slapeloosheid
  • Problemen met MAO-synthese of -uitscheiding
  • Kwaadaardig maaglymfoom
  • Gemarkeerde manische fase van bipolaire depressie

Serotonine in bloedplaatjes

verlaagd niveau kan een indicatie zijn van:

  • verlaagd niveau kan een indicatie zijn van:
  • Depressie
  • Resectie van de dunne darm
  • Fenylketonurie
  • Hartnup-ziekte
  • mastocytosis

Serotonine in bloedplaatjes

Zeer hoge waarden kunnen een aanwijzing zijn voor:

  • Lial-tumor
  • Alvleeskliertumor
  • Duodenale tumor
  • Galt-tumor
  • Grote kwaadaardige tumor

Klinische waarschuwing
Met behulp van bloedplaatjes serotonine kunnen tumoren worden ontdekt die worden gemist bij de bepaling van serotonine in urine of de HIAA-assay.

Catecholamines en gerelateerde biologische amines worden ook aanbevolen voor de volgende aandoeningen:

  • Vermoeidheid
  • overactiviteit
  • Spanning
  • Geestelijke / psychische problemen
  • Depressie
  • Hoge / lage bloeddruk
  • Snel / langzaam metabolisme
  • Hart- en vaatziekten
  • Parkinson
Share by: